De Winterakoniet brengt je in lentestemming

De maand februari staat bij ons vaak te boek als koud. Maar anderzijds kent deze periode geregeld ook een mooie dag, met zon en temperaturen die boven 10 °C stijgen. En dan word je verrast door een klein, schattig geel bloemetje dat de kop opsteekt tussen afsmeltende sneeuw. Winterakoniet, want zo heet het plantje, brengt je meteen in lentestemming. Maar pas op, één zwaluw maakt de lente niet en als lentebode kan je de winterakoniet dan ook niet volledig vertrouwen.  

Stinzenplant
Eranthis hyemalis of winterakoniet is een stinzenplant. Dat betekent dat hij in wezen niet echt inheems is, maar verwilderd voorkomt in de nabijheid van historische gebouwen. De naam is afgeleid van het Friese woord stins. Een stins is een stenen woning van na 1400, traditioneel gebouwd als een versterkt huis in de vorm van een toren op een kunstmatig opgeworpen heuvel. Stinzenplanten worden gedefinieerd als opvallende bloemplanten die vroeger op zulke buitenplaatsen werden uitgeplant en vervolgens zijn verwilderd en verspreid.

Uit Zuid-Europa naar het koudere noorden
Er zijn meerdere soorten Eranthis, maar als we het over de winterakoniet hebben, doelen we op Eranthis hyemalis, afkomstig uit de loofbossen in bergachtige streken van Zuidoost-Frankrijk tot in Bulgarije. Verder naar het noorden treffen we het plantje aan in de buurt van kastelen en kloosters, vooral in de daarbij horende parkbossen, boomgaarden en wijngaarden. In ons land wordt het al als sierplant gekweekt sedert ongeveer 1570.

Bloei in februari en maart
Dit plantje, uit de familie van de ranonkelachtigen, houdt van goed gedraineerde, kalkhoudende grond en verkiest een plekje onder loofbomen, zoals bijvoorbeeld een paardenkastanje. Daar zal het zich spontaan vermeerderen, verwilderen kan je ook zeggen. Het is een vaste plant met knolvormig verdikte wortelstok, waaruit een 5 tot 15 cm lange bloeisteel komt met telkens slechts één bloem. Die is geel en heeft zes bloemblaadjes. De bloeiperiode in de streek van herkomst kan al starten in januari. In ons klimaat rekenen we eerder op februari en maart.

De echte bladeren zijn diep handvormig ingesneden en verschijnen pas na de bloei. Wat we als groene bladachtige structuren zien tijdens de bloei zijn in feite omwindsels. Die zijn op hun beurt handvormig gedeeld en lijken wel wat op miniatuurversies van bladeren van de monnikskap, Aconitum (vandaar ook de volksnaam).

Geduld is een mooie deugd
Winterakonieten worden in het najaar in tuincentra aangeboden als bolletjes (knolletjes eigenlijk). Plant ze uit op een plek waar niet veel gewerkt wordt, want ze hebben een ongestoorde groei- en bloeiperiode nodig. De knolletjes zijn zo klein dat het haast niet doenbaar is om boven- en onderkant te onderscheiden, maar maak je daar geen zorgen over. Strooi ze gewoon uit op losgemaakte grond en dek af met een dun laagje grond. Een tip: de knolletjes zijn droog en het is dan ook aan te raden om ze eerst een nacht te laten weken alvorens ze uit te planten. Verwacht de eerste jaren geen massale bloei. Ze hebben tijd nodig. Maar op een gegeven ogenblik gaan ze zich volop uitzaaien in de tuin en dan kan je genieten van de gele tapijten die zo de bewondering opwekten van de zesjarig Dorothy.

Roomse mythe
In Engeland wordt verteld dat winterakonieten enkel groeien op plaatsen waar de Romeinen hun bloed hebben vergoten. Dit is natuurlijk niet meer dan een legende, maar anderzijds worden ze inderdaad vaak aangetroffen op plekken waar ooit Romeinse versterkingen stonden. Opnieuw als stinzenplant?

Tip: er bestaan tuinvormen met grotere bloemen, zoals ‘Guinea Gold’.