Paradijsvogels

Mezen, merels, eksters, kauwen. Je gaat ons niet horen zeggen dat dit lelijke vogels zijn. Wie de moeite doet om een kijker in de hand te nemen, of – nog beter – een telescoop op te stellen, zal verrast zijn door de details die je in pluimage kan vinden. Zoals de rode muts en broek bij de grote bonte specht. Of de witte stippen die als diamanten schitteren als een spreeuw zich in de zon wentelt. En het blauwe pluimpje van de “rotzak” of (Vlaamse) gaai al gezien? Of het felblauwe oog van de kauw. Kortom, zelfs de meest banale vogels zijn toch aardig in de verf gezet.

“’T Is carnaval …in mijnen hof”

Neem nu de groene specht, dat is pas een opvallende verschijning in je tuin! Met een lengte van 30 cm van snavelpunt tot staart best een grote knaap. Een olijfgroene body, rood en zwart aan de kop, en een gele stuit – een plekje vlak boven de staartbasis – vormen het mooie verenpakje van deze acrobaat. Groene spechten zijn van alle markten thuis. Lustig hakken in zieke bomen kunnen ze als de beste. Een specht maakt geen bomen ziek, maar geeft wel aan welke bomen (of takken) hun beste tijd hebben gehad. Het gaat dan vooral om bomen met zacht hout, zoals fruitbomen, elzen, essen, kortom bomen langs bosranden en beken. Daarom ook hoor je het geroffel van groene spechten minder, hun tamtam is geen hardhout zoals eik of beuk. Het nestgat heeft een typisch ovale vorm. Maar voor een hapje mieren laat de groene specht graag het bos voor wat het is. Of om zijn mooi verenkleed eens te laten poetsen. Want wie dag in dag uit in carnavalskleuren wil paraderen, moet alles ook schoon houden. Onze groene houthakker gaat dan gewoon in een grasveld op een mierennest zitten met de vleugels wijd open, net zoals ook gaaien dat vaak plegen te doen. De mieren vallen de belager aan, spuiten en bijten mierenzuur dat het een lieve lust is, maar zorgen dan meteen ook dat de parasieten van de specht de volle laag krijgen.

Wielewaal

Wie het geluk heeft aan een bosrand te wonen waardoor een beek of rivier loopt, kan een andere bontgekleurde vogel ontdekken. Bossen langs beken met hoge doorgeschoten essen, elzen of populieren zijn het habitat van de wielewaal. Jarenlang was deze verborgen vogel het symbool en de naam van de grootste ornithologische vereniging in Vlaanderen. De wielewaal is knalgeel en zwart en bijna paradijselijk gekleurd. Toch hoor je de wielewaal vaker dan je hem ziet, zijn gefluit ‘wiwowaa’ is erg luid en opvallend, en met wat fantasie zou je kunnen zeggen dat het een onomatopee is van “wielewaal” zoals koekoek of tjiftjaf. Door het fijne bladerdek valt de wielewaal niet snel op, omdat deze vogel ongemerkt “opgaat” tussen de zonnige (gele) plekjes en donkere blaadjes. Door hermeandering van beken, het geven van meer ruimte aan water en de “kortetermijnbossen” voor biomassa, krijgt de wielewaal terug kansen.

Een vliegend juweel

En dat gaat ook op voor onze andere tropisch gekleurde vogel, en meteen ook bekroond tot het kroonjuweel van elke tuin: de ijsvogel. Bij het zien van deze visvanger kunnen we niet objectief blijven, dit is zeker dé mooiste vogel van onze Belgische avifauna (= vogelfauna). Wie een tuin heeft met een vijvertje met daarin kleine visjes, die maakt zeker kans om de azuurblauwe ijsvogel te kunnen observeren vanuit de huiskamer. Je kan hem in hartje winter ook een handje toesteken. Naar een voedertafel komt de ijsvogel niet, maar wel naar een ijswak dat je met een luchtpompje in de vijver kan openhouden. Zet er een gebogen bamboestok of twijg over, zodat er een uitkijkpost ontstaat van waaruit hij op die voedzame elrits of kleine goudwinde kan duiken. Met wat geluk vangt hij ook een visje, dat hij dan letterlijk zal doodkloppen op zijn zitstok. Spijtig dat ijsvogels geen grote vissen kunnen verwerken, alhoewel de koikwekers onder onze lezers dat wellicht fijn vinden. Daarom ook dat – volgens biologen van de universiteit Antwerpen – een zeer strenge winter met dichtgevroren vijvers en waterlopen erg nefast is voor mannetjes die het territorium bewaken terwijl hun vrouwtjes zuiderse oorden opzochten. Het verklaart ook waarom de populatie ijsvogels wel dieptepunten vertoont, maar er snel weer bovenop komt. Tenminste als ze schoon water vinden, zoals in uw gastvrije tuin!