[To Do] De siertuin in mei (2)

De voorspelde zonnestralen voor het weekend zijn hartelijk welkom. Neem de tijd voor enkele lenteklussen in de tuin!

  • Geef de uitgebloeide narcissen een extra voeding met vloeibare meststoffen.
  • Let op voor potentiële woekeraars zoals het vergeet-me-nietje; haal de uitgebloeide exemplaren weg vooraleer ze zich kunnen uitzaaien.
  • Plaats steun bij pioenen en riddersporen (en andere hoog opgroeiende vaste planten) vooraleer ze te hoog zijn geworden en dus te kwetsbaar.
  • Hard zaailingen en stekken geleidelijk af. Breng ze naar buiten tijdens de warmere uren en doe dit steeds langer (natuurlijk niet wanneer er nog late vorst dreigt). Doe dit gedurende een tweetal weken vooraleer ze definitief buiten te laten. Op deze wijze kunnen ze zich makkelijker aanpassen in de tuin wanneer ze een definitief plekje krijgen.
  • Controleer je potten: als de wortels geen ruimte meer hebben (men noemt dit in het Engels met een onvertaalbare term ‘root bound’), is het de hoogste tijd om te verpotten.
  • Controleer voor leliehaantje en taxuskever en neem tijdig maatregelen. Het leliehaantje kan je best vangen met de hand; tegen de taxuskever bestaan tegenwoordig effectieve biologische middelen.
  • Hou ook bladluizen in de gaten. Verwijder met de hand of, op struiken, door er de tuinslang op te zetten.