Tafelen met wildpluk: de échte smaak van de natuur

Wildplukken is meer dan ooit hip. Iedereen die begaan is met zijn sier- of moestuin, gaat wel eens op zoek naar wat zich ‘buiten de lijntjes’ bevindt, namelijk planten die vanzelf zijn komen aandraven en die zich mogelijk lenen tot ‘wildplukvoer’. Toch is enige voorzichtigheid geboden. Bart Verelst, tuinexpert en redacteur bij Fence, geeft tips!

Niet alle wilde planten zijn even onschuldig. Meiklokjes en vingerhoedskruid kan je beter niet eten, net als vele andere wilde planten. Je kan best een boek raadplegen om te zien of de plant al dan niet giftig is.

Een tweede belangrijke factor is smaak. Over smaak valt niet te twisten, dat klopt. Maar toch kan men een onderscheid maken tussen wilde gewassen die men kan eten omdat ze niet giftig zijn, en wilde planten die effectief een heerlijke smaakbeleving teweegbrengen. Zo kan je bijvoorbeeld melganzenvoet aan een slaatje toevoegen, of zevenblad bereiden als spinazie. Beide zijn eetbaar, maar hun smaak biedt nauwelijks een meerwaarde aan een gerecht.

Lekker of niet?

Wat zijn nu de ‘lekkere’ wilde planten? Het is niet evident om hier een objectief overzicht van te geven, maar op basis van vergelijkingen met andere smaken, kunnen we al een heel eind komen.

De zaadjes van berenklauw bijvoorbeeld. Als men deze zaadjes even roostert, kunnen ze perfect gebruikt worden als vervanger voor geroosterde pijnboompitten. De smaak van oerwortel benadert de smaak van de gekende oranje wortelen en bosaardbeien zijn qua smaak uiteraard vergelijkbaar met gewone aardbeien, hoewel ze iets zuurder zijn.

Daarnaast kunnen we een onderscheid maken tussen planten die rauw worden gegeten, bijvoorbeeld in slaatjes, en planten die thuishoren in bereidingen. Wilde rucola, bijvoorbeeld, doet het heel goed in slaatjes. Bovendien is deze plant heel gemakkelijk te vinden: gewoon op de geur afgaan. Als je ergens wandelt en plots ervaar je een lichte rucolageur, dan is de wilde rucola nooit veraf. Je zal merken dat wilde rucola vaak iets groter is dan rucola die je kweekt in de moestuin en ook de smaak is iets meer uitgesproken.

Wat eveneens groeit aan de randen van akkers en in plantsoenen is komkommerkruid. De bloemetjes van deze plant smaken heerlijk fris en hebben een lichte komkommertoets. Voordeel is dat er meestal massa’s bloemetjes aan één plant hangen zodat je vaak maar van één plant moet oogsten om genoeg te hebben. Een leuk extraatje van komkommerkruid: als je er in slaagt olie te persen uit de zaadjes, bekom je een perfect ‘anti-katermiddel’.

Nog een toppertje voor in slaatjes is daslook. Zowel de bladeren als de bloemen kun je oogsten en eten. Alles smaakt naar look; de blaadjes geven echter géén lookgeur af.

Daslook wordt gebruikt in slaatjes, maar men kan er ook pesto of lookboter mee bereiden. Meng daslook met pitten van berenklauw en rucola, voeg een beetje olie toe en stamp alles fijn in de vijzel. Zo verkrijg je een heerlijke wilde pesto. Als je een pastagerecht serveert met deze pesto, garneer het dan met de mooi oranje bloemetjes van Oost-Indische kers. Met hetzelfde daslook kun je ook heerlijk kruidenboter maken. Voeg aan de fijngesneden daslook wat fluitekruid toe en meng dit met echte boter. Het resultaat is een heerlijke kruidenboter.

Andere kruiden die vaak in het wild voorkomen zijn: valse salie, akkermunt, watermunt, raapzaad, …

Zoals eerder gezegd: zorg dat je steeds een boek bij de hand hebt zodat je kunt controleren of je effectief de juiste plant aan het oogsten bent! In de online Fence boekenshop vind je onder meer deze topboeken over kruiden en wildplukken.


Tekst: Bart Verelst

%d bloggers liken dit: