De zeven plagen van de Lage Landen

Het mooie weer brengt heel wat moois naar de tuin maar ook een aantal indringers die we liever kwijt dan rijk zijn. Velt, geeft enkele ecologische tips om van deze snoodaards af te komen.
1 Buxusmot
Geen beestje meer besproken dan de buxusmot en -rups dit voorjaar. Hele hagen moesten eraan geloven en nadat heel wat mensen chemische middeltjes gebruikten, kwamen er veel meldingen van dode egels en tuinvogels binnen. Een biodiverse tuin met veel verschillende planten (waar zeker enkele buxussen mogen tussen staan) blijft voor Velt de duurzame oplossing. Op korte termijn kun je feromoonvallen inzetten en regelmatig je planten inspecteren en de rupsen handmatig verwijderen. Of samen met een tuinaannemer ecologische middelen op basis van bacteriën gebruiken. 
2 Slakken
Een warm en soms vochtig voorjaar, dan komen de slakken. Preventief roep je in de winter best de hulp in van je kippen of Indische loopeenden in de moestuin, want zij eten heel wat slakkeneitjes op. Op dit moment adviseert Velt om de slakken te pakken. Dat kan door een bierval (die je een centimeter boven de grond ingraaft om andere beestjes niet te lokken), met een karton of plank waaronder ze zich verzamelen, of ’s avonds en ’s morgens als je ze op heterdaad betrapt. Krijg je het teveel aan slakken op die manier niet onder controle, kun je biologische slakkenkorrels op basis van ijzerfosfaat inzetten.
3 Appelstippelmot
Heel wat tuiniers meldden ons spinselmotten in hun appelbomen. De rupsen van de appelstippelmot vormen spinselnesten. Ze eten het bladmoes van je bomen op, waardoor geskeletteerde bladeren achterblijven. Het ziet er op het moment zelf niet uit, maar in principe zal de boom zich herstellen en kun je van een aangetaste boom hetzelfde jaar nog oogsten. Op lange termijn adviseert Velt om zoveel mogelijk natuurlijke vijanden aan te trekken. Bijvoorbeeld oorwormen: vul enkele aarden bloempotjes met stro en hang ze omgekeerd op. En ook mezen en andere vogeltjes: zorg dus voor nestkastjes in je tuin. Chemische middelen spuiten is geen optie omdat alle middelen ook de nuttige insecten doden, zodat het probleem op op lange termijn alleen maar erger wordt.
4 Gevlekt wilgenhaantje
Het twintigstippelig of gevlekt wilgenhaantje lijkt op een lieveheersbeestje, maar is er zeker geen. Door het warme weer waren ook zij massaal aanwezig op wilgenbomen. De larven kunnen grote delen van de boom kaalvreten. Oorwormen en andere nuttige insecten, en vogels zijn ook hier weer je gretige helpers. Chemische middelen zijn niet alleen lastig aan te brengen op een grote boom, maar ook nog schadelijk voor je nuttige insecten. Zelfs een biologisch bestrijdingsmiddel tegen deze kever raadt Velt af omdat het pyrethrum bevat, een niet-selectieve stof die ook andere dieren (o.m. waterorganismen) doodt. 
5 Coloradokever
Ook de coloradokever is al heel actief in de Vlaamse en Nederlandse tuinen. Velt adviseert om de aardappelplanten regelmatig te inspecteren op de aanwezigheid van deze kever, want hij is in staat om je hele aardappeloogst te ruïneren. Knijp tijdig de eitjes op de onderkant van de bladeren plat en vang de larven en de kevers. Tegenwoordig zijn er ook al aaltjes te koop die de kever doden.
6 Wateroverlast
Hevige onweersbuien zetten de afgelopen weken ook heel wat tuinen onder water. We kregen dan ook veel vragen of de groenten uit ondergelopen moestuinen nog eetbaar zijn. Als het enkel om regenwater gaat, volstaat grondig afspoelen. Geef je tuin de tijd om het water te laten wegtrekken en ga zeker niet op ondergelopen bedden lopen, want dat zorgt voor verdichte grond die nog moeilijker water opneemt.
7 Japanse Duizendknoop
Deze woekerplant baart ook menig tuinier zorgen. Velt adviseert om de planten te maaien en te blijven maaien en het afval ervan af te voeren via het recyclagepark. Op die manier put je de plant uit en zal ze op lange termijn het loodje leggen.
De grootste plaag is eentje waar we met z’n allen wel iets aan kunnen doen, want die is onwetendheid. Kijk bijvoorbeeld naar het lieveheersbeestje: een zeer nuttig diertje in je tuin. Maar ken je de larven van het lieveheersbeestje? Ze zien er een beetje uit als een mini-krokodil in zwart en rood. Heel wat tuiniers denken dat het een schadelijk insect is, maar niets is minder waar: larven van insecten eten zelfs nog meer bladluizen dan volwassen diertjes. Ons advies luidt dus ook: informeer je als je twijfelt. Ga niet nodeloos dieren doden of middeltjes gebruiken als je niet weet over welk dier het gaat. En tot slot nog dit: de echt nuttige bestrijdingsmiddelen kun je niet kopen in een fles, die lok je door hen nestgelegenheid en eten te geven. Want het beste middel, dat is een tuin in evenwicht, met een biodiversiteit aan beestjes en planten.
Meer weten? www.velt.nu en het Plaagdierboek, waarin auteur Suze Peters je heel wat plaagdieren leert kennen en meteen ook toont hoe je er als tuinier mee kunt omgaan.

Geef een reactie