Erwten en wortelen zaaien in volle grond

In april lijkt het al helemaal lente. Licht, zon en de langere dagen maken dat de jonge gewassen flink groeien. In de moestuin van kasteel Hex komen de aardappelen al boven, staan de sjalotten en uien er fijntjes bij terwijl de lentespinazie klaar is voor een eerste oogst. Nu is de tijd gekomen om erwten te zaaien waarna wortelen, koolraapjes, rucola, venkel, pastinaak en rode biet volgen. Aan de slag!

Om te beginnen gaan we de percelen vrijmaken van hun winterdek; het stro of de bladeren waarmee we de bodem in de herfst hebben afgedekt harken we aan de kant. Zoals de meeste ecologische tuinders kiezen we op Hex voor een niet-kerende bodembewerking of de ‘no-digging’-strategie in de moestuin. De bodem heeft immers een zekere gelaagdheid, die we gemakshalve in twee grote zones kunnen opdelen. Bovenaan ligt de rulle grond, vol van organisch materiaal en met een zeer groot aandeel aan zuurstof. Daarin gedijen de insecten, bacteriën en de gunstige schimmeldraden die zuurstof nodig hebben voor hun ontwikkeling. De tweede bodemlaag bevat nauwelijks zuurstof en herbergt bijgevolg de bacteriën die gedijen in een zuurstofarm milieu.

Ieder bodemleven ontwikkelt zich in de voor hem meest gunstige bodemlaag en heeft zijn eigen functie in de ondersteuning van groei en ziekteweerbaarheid van de planten. Als we nu gaan ploegen of spitten draaien we de gelaagdheid van de bodem ondersteboven. Het   zuurstofminnende bodemleven zal beneden stikken terwijl de zuurstofschuwe bacteriën bovenaan verbranden. Het duurt minstens tot het einde van het seizoen voordat de overlevenden weer gemigreerd zijn naar hun eigen bodemlaag om zich daar terug te installeren.

Maak de bodem klaar

Om de gelaagdheid van de bodem zo weinig mogelijk te verstoren maken we gebruik van de ‘grellinette’ of woelvork, een slim handwerktuig voor bodembewerking. Naast het voordeel voor het bodemleven heeft de woelvork het voordeel dat het werk sneller vooruit gaat en veel minder belastend is voor de rug dan het gangbare spitten.

Nadat we onze percelen op deze manier bewerkt hebben, laten we ze zo enkele dagen rusten. Als je op zware grond tuiniert is het zelfs goed dat er ondertussen nog een regenbui of wat nachtvorst overheen gaat. Dat helpt om je grond fijnkorrelig te krijgen.

Als de aarde voldoende droog en opgewarmd is voegen we een hoeveelheid compost toe naargelang het gewas dat we gaan telen; dan pas halen we ook de freesmachine

boven. Bij het frezen houd je je best aan de volgende adviezen: frees vooral niet te veel; een keer heen en weer is vaak genoeg. Frees ook nooit in natte grond want ook dat leidt tot grondbederf.

En ten slotte, stel je frees vooraf goed af zodat je niet dieper freest dan nodig is om een nette zaaitafel te verkrijgen.

Na het frezen leggen we het perceel gelijk met de hark, we verwijderen de grove delen en walsen het meteen dicht. Als je deze voorbereidingen tijdig hebt kunnen uitvoeren, kan je er voor kiezen om je zaaibed twee of drie weken met rust te laten. Deze techniek wordt het ‘valse zaaibed’ genoemd. De aanwezige onkruidzaden zullen kiemen waarna je ze gemakkelijk verwijdert met een platte schoffel of met een gasbrander. Daarmee heb je de onkruiddruk op je perceel al voor drie kwart verminderd.

Als we klaar zijn om te zaaien berekenen we de rijafstanden, die we markeren met een bamboestokje, en spannen we de eerste koord. We trekken een ondiepe voor en zetten ons aan het zaaien. Als de zaden in de voor liggen, trekken we de voor weer toe en drukken we de aarde dicht met onze voeten. Houd rekening met de diepte van het zaaien, het aantal zaden per meter en de afstand tussen de rijen naargelang het gewas.

 

Voorgekiemde erwten zaaien

Erwten mogen vrij diep zitten. Je kan ze bijna tegen elkaar aanleggen in de voor. Wij zaaien twee rijen op een afstand van 25 cm waartussen we een hekwerk plaatsen.

Ik week de erwten eerst in een teil in de warme serre. De volgende dag al hebben de erwten zich volgezogen met water. Het overtollige water giet ik weg en ik dek de erwten af met een vochtige doek. Dagelijks spoel ik de erwten met proper water en roer ze om totdat op een dag de witte kiemen verschijnen. Dan pas ga ik over tot het zaaien.

Erwten vrezen de koude niet, maar wel de nattigheid. Het voorkiemen verhindert deels de kans dat ze in de grond zouden rotten vooraleer uit te lopen. Om verdere waterschade te voorkomen dichten we de zaaivoor met de stootploeg zodat een kleine aarden rug die het teveel aan regenwater wegleidt van de erwten, overeind blijft op de rij .

Een goede doorwatering van de grond is belangrijk. Bewerk daarom vooraf zorgvuldig en diep met de grellinette.

 

Compostthee voor de wortelen

Wortelen zijn, zoals alle schermbloemigen, erg trage kiemers. Zaai ze tijdig, ook al is de temperatuur nog niet op peil. De zaden zullen niet wegrotten, maar bij de gewenste warmte zullen ze wel meteen beginnen kiemen. In tegenstelling tot de grove erwten is het voor het fijne wortelzaad belangrijk te beginnen met een droog en fijn gefreesd zaaioppervlak.

Zet de rijen op 30 cm afstand en trek met een stokje naast de koord een geultje van hooguit 1 cm diep. Hier op Hex hebben we ons de gewoonte eigen gemaakt om in de geul eerst nog met compostthee aan te te gieten alvorens te zaaien. De zaden worden tussen duim en wijsvinger uitgestrooid. We proberen vooral niet te dicht te zaaien. Denk er aan dat hoe ‘dikker’ je zaait, hoe meer werk je zal hebben met het uitdunnen van de rijtjes. Na het zaaien worden de zaden toegedekt. Het duurt gemiddeld 28 dagen vooraleer het eerste groen zichtbaar wordt.

 

%d bloggers liken dit: