Oeverdieren: op het randje af

Veel mensen houden van water. Een vrije dag met goed weer en duizenden mensen begeven zich naar zee of zwemplassen in het binnenland. Water is mooi, verfrissend, geeft een gevoel van openheid, een spiegel op de natuur. Geen wonder dat een tuinvijver, van een waterdicht gemaakt wijnvat tot en met een heuse zwemvijver, populair is voor een veelvoud aan insecten. Water brengt leven en ‘diepte’ in de tuin. Maar wat gezegd over de grens tussen land & water?

De oever van een tuinvijver kan best aantrekkelijk gemaakt worden voor de lokale fauna. Maar dan wel op voorwaarde dat er effectief een vijverstrook werd aangelegd. In een koivijver met rechtopstaande betonnen kanten, kan behoudens een verloren gelopen appelslak maar weinig gedijen. Dieren moeten een beetje houvast hebben.

Moeraszone is biotoop

Daarom is het voor de natuur een zegen wanneer vijverliefhebbers ook werken met een moeraszone. Die hoeft niet groot te zijn, 30 tot 50 cm breed. Hierin kan je substraat inwerken, of kunststoffen vijvermandjes. Zorg dan wel dat deze strook waterpas ligt, of je hele mini-everglades zie je zo naar de diepste delen van de vijver afglijden. In de moeraszone moet maar enkele centimeters water staan. En als je het waterniveau doet evolueren met de natte en droge periodes, dan wordt zo’n strook extra interessant. Met een vakterm: je hebt dan een nat-droog gradiënt aangelegd. Daarin heerst een zeer hoge dynamiek, en dat levert spontaan wel wat extra plantensoorten op die zich spontaan vestigen.

Auteurs hebben hun lezers altijd gewezen op de aantrekkelijkheid van oevers. Dat krinkelende winklende waterding of het “schrijverke” waarop G. Gezelle wees, zie je net aan de waterrand. Soms liggen daar ook schaatsenrijders aangemeerd. Met de pootjes wagenwijd uitgespreid om de oppervlaktespanning van het water niet te beroeren, wachten ze geduldig tot ze ‘voelen’ dat er iets in het water is gevallen. Dan gaan ze sierlijk schaatsend hun prooi oppikken.

Meer tips over oeverdieren in en rond je eigen vijver, lees je in het het meinummer van Fence.

 

%d bloggers liken dit: