Passer domesticus in de tuin

Geef toe, een dergelijke naam moet wel staan voor een soort van ongekende schoonheid of zeldzaamheid. Een orchidee? Een nieuwe rozensoort? Neen hoor, Passer domesticus is niets meer dan een ordinaire huis- en tuinvogel die iedereen ongetwijfeld kent: de huismus! Juist, die tjilpende tuinrakkers, hevig ronddansend tijdens hun balts, waarna ze lekker dartelen tijdens een uitgebreid stofbad. Maar nu even op de man of vrouw af gevraagd: ben je de huismus niet uit het oog verloren ?

Aantallen lopen terug!
De huismus is van oudsher een vaal gekleurd bruin vogeltje. Beetje forser wel dan pakweg een mees of kanarie. Iederen had vroeger mussen in de tuin, maar je merkte ze vooral ook op als vrijbuiters in de straat. Het aantal huismussen (domesticus = huis ) is de laatste decennia gevoelig afgenomen. De tijd dat rustige woonwijken vrolijk werden van het ongeremd mussengetsjilp ligt al wel een tijdje achter ons. Zeg nu zelf, hoe lang is het eigenlijk geleden dat je nog huismussen zag of hoorde? De redenen voor deze achteruitgang zijn nog niet 100 % wetenschappelijk bepaald. Maar je kan natuurlijk wel denken dat het ongebreideld gebruik van pesticiden en herbiciden de populaties geen goed doen. Ze voeden zich als omnivoren: zaden & granen maar ook lekkere rupsen en vlinders, maar als deze gifstoffen in zich dragen zal dit onvermijdelijk opstapelen.

Renovatie aanslag op broedmogelijkheid
Maar er zijn nog andere redenen: de vergazonning van de tuinen, het rooien van vogelbosjes of laanbomen, het verdwijnen van massieve klimop- en klimhortensiabestanden.
Of de dakgoten en daken die met de (terechte) isolatiewoede geen enkel plekje meer reserveren voor de huismussen, doet natuurlijk ook de broedkansen gevoelig afnemen.
En natuurlijk wordt melk ook niet meer met paard en kar rondgedragen, waardoor er minder paardenmest op de straat ligt, waartussen de mussen altijd wel een graantje konden meepikken. Trouwens: heb je al eens naar de huismussen gekeken in een dierentuin of een manège ? De grauwe vogels zijn daar door hun evenwichtige en veelzijdige voeding met zaden en granen véél kleuriger. En wellicht ook gelukkiger.

Mussen in de wijk !
De huismus moet terug in onze wijken verschijnen! En dat kan op een eenvoudige manier. Begroen kale muren, vervang een gewone dakpan door een zogenaamde mussenpan, waaronder de mussen hun nest kunnen maken. Heb je liever geen beesten op zolder, kies dan voor een mussenflat. Dat is een nestkast met grote gaten die toelaten dat verschillende mussen hun nest maken. Altijd gezellige boel zo’n broedkolonie rondom je huis, en ze eten nog een pak insecten in de zomer ook! Erg nuttig wanneer je een moestuin hebt trouwens. Uiteraard kan een gewone nestkast ook, maar zorg zeker voor een natuurrijke tuin en ijver voor het behoud van laanbomen in je straat. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt ook dat huismussen zich erg goed voelen in een omgeving waar bloeiende grassen en kruiden voorkomen. Dus beperk de gazonoppervlakte en denk misschien eens aan een bloemenweide.