Vlinders, vrolijke fladderaars | Kriebelbeestjes

In de rubriek ‘Tuinkampioen’ van Fence ontdekken kinderen de wondere wereld van de natuur. Deze week trakteren we onze tuinkampioenen op enkele leuke weetjes over vlinders.

7 weetjes over vrolijke fladderaars

Vlindervleugels zijn bedekt met schubbetjes die als dakpannetjes gerangschikt liggen. Dat zorgt ervoor dat water en vuil er geen vat op hebben.

Zie je soms een vlinder op het tuinpad in het zonnetje zitten? Dan is hij aan het opwarmen. Vlinders kunnen pas vliegen als hun lichaamstemperatuur meer dan 30簞C is. Daarom zie je vlinders vooral op zonnige dagen.

Sommige vlinders zijn zo gecamoufleerd, dat ze op bloemen lijken. Of ze hebben grote vlekken op hun vleugels, net ogen, waarmee ze hongerige vogels afschrikken.

Vlinders eten eigenlijk niet, ze drinken alleen maar nectar en gebruiken daarbij hun lange roltong – tot 10 cm lang! – als een rietje. En proeven doen ze niet met die tong, maar met hun voetjes.

De kleine vos, de dagpauwoog, de gehakkelde aurelia en de citroenvlinder laten zich het eerst zien in de vroege voorjaarszon, omdat ze de winter als vlinder doorbrengen. Andere vlinders overwinteren als eitje, rups of pop.

Net zoals er trekvogels zijn, zijn er ook trekvlinders. Onder andere de atalanta en de distelvlinder trekken in het najaar naar het zuiden.

Nachtvlinders, de zogenaamde motten, zijn duidelijk in de meerderheid: 160 000 soorten tegenover 18 500 soorten dagvlinders. Hoe zie je het verschil? Een dagvlinder heeft een soort van knopje op het einde van zijn voelsprieten; motten hebben draad- of veervormige voelsprieten. Nog een goed merkbaar verschil: in rust houden dagvlinders hun vleugels dichtgeklapt; nachtvlinders leggen hun vleugels open.


De Grote Vlindertelling van Natuurpunt

Ga je straks op zoek naar vlinders in de tuin? Houd dan goed bij welke soorten je ziet en neem deel aan De Grote Vlindertelling van Natuurpunt.

%d bloggers liken dit: